Begin 2017 heb ik een magere drie jaar hardloopervaring. Sinds 2014 doe ik jaarlijks mee aan de Dam tot Damloop en in 2016 kwam daar ook nog eens de Beat The Sun challenge bij. Iedere keer weer maak ik de fout dat ik ben plan ben goed te trainen, maar dit toch niet (goed genoeg) doe. Ik train wel, maar niet niet gestructureerd en zonder plan. En na iedere race neem ik een winterstop, aangevuld met een zomerstop.

In april 2017 dagen een twee collega’s mij uit om mee te doen met de Halve Marathon van de Haar. Die uitdaging ga ik aan, want het is dicht bij huis, hun streeftijd is realistisch, het is ‘maar’ 5 kilometer verder dan de Damloop en het lijkt me gezellig om weer eens samen hard te lopen. Dit leek zo te zijn, totdat ze besluiten de streeftijd los te laten en er dik onder willen eindigen. Zonder dat mij te laten weten én zonder dat ik dat door had. Ik had immers geen horloge om.

Als dat gebeurt, valt die 21 kilometer toch vies tegen. Die laatste vijf kilometer lijken dan écht nooit te eindigen. Na de finish vraag ik me maar één ding af waarom zou iemand voor de lol zo’n afstond lopen en laat staan het dubbele ervan. Ik kan er niet bij mijn hoofd. En ik weet ook zeker dat ik voor mijn dertigste geen marathon wil lopen. Dat lijkt me immers echt een hel.

Na de finish vraag ik me maar één ding af waarom zou iemand voor de lol zo’n afstond lopen en laat staan het dubbele ervan.

Mijn gedachtes over de marathon lijken duidelijk en daar lijkt geen spelt tussen te krijgen. Het duurt maar een maand om daar verandering in te krijgen. In mei 2017 daagt Runner’s World Magazine en Vifit Sport mij uit om mee te doen met een winactie om kans te maken op een verzorgde reis naar NYC mét startbewijs voor de marathon. Dáár kan ik onmogelijk nee tegen zeggen, waardoor ik alles op alles zet om te winnen. En dat lukt!

Om te voorkomen dat het echt een hel wordt, krijg ik ook goede begeleiding. Begeleiding vanuit Vifit in de vorm van supplementen voor herstel, van Susan Krumins krijg ik een stukje inspiratie en metal coaching en van Rob Veer krijg ik een op maat gemaakt schema.

Volgens dat schema moet ik voorlopig drie keer per week gaan trainen om mijzelf voor te bereiden op de langste afstand die ik ooit gelopen heb: 42 kilometer en 195 meter. Op het eerste oog lijkt het trainingsschema van Rob niet echt ingewikkeld of veeleisend. Met verschillende trainingen waaronder: duurloop, interval en combinaties hiervan. En daarbij diverse trainingen op een relatief lage snelheid en verschillende trainingen op de laagste hartslagzone (‘Vogels kieken’).

Dit laatste blijkt in de praktijk toch veel lastiger te zijn, aangezien dit langzame lopen juist super lastig blijkt te zijn. Door nauwlettend mijn horloge in de gaten te houden en in mijzelf te herhalen dat ik rustig aan moet doen, probeer ik mij aan het schema te houden. Dit voelt in het begin super onlogisch en zelfs best wel saai. Gedachtes als “ik word hier toch nooit moe van” of “dit kan toch niet de bedoeling zijn dat ik zo rustig loop” gaan geregeld door mijn hoofd. Best vermoeiend!

De trainingen die het minst inspannend zouden moeten zijn, vind ik juist de grootste uitdaging. Het tempo dat ik soms moet lopen, kun je bijna geen hardlopen meer noemen!

Gelukkig kwam Rob vrij snel met een informatiebrief om ons van toelichting te voorzien bij onze langzame duurlopen. De clue van het verhaal is met name dat Rob mij mijn duurlooptrainingen in een lager tempo laat doen en mijn snelle trainingen of intervaltrainingen in een hoger tempo laat lopen. Dit om ervoor te zorgen dat mijn lichaam en mijn energiestelsel zich voorbereiden op de inspanning van een marathon.

Door te lopen op een rustig tempo zorg je er namelijk voor dat je relatief meer energie haalt uit je aanwezige voorraad vetten en minder uit je voorraad koolhydraten. Dit is met name om je lichaam te laten wennen aan het aanspreken van je voorraad vetten, omdat je deze enerzijds meer dan genoeg in je lichaam aanwezig hebt (in tegenstelling tot koolhydraten) en anderzijds omdat je je koolhydraten voorraad zo lang mogelijk wilt blijven kunnen aanspreken. Op de energie die vrijkomt bij het verbranden van je koolhydraten kun je namelijk veel sneller lopen dan op je voorraad vetten.

Kort om, veel sporters (waaronder ik dus zeer zeker ook) zijn geneigd om van zichzelf te verwachten dat iedere training hard en snel moet. Als je aan het eind van je training niet moet bent, heb je niet hard genoeg getraind, dacht ik. Niets blijkt minder waar te zijn. Een combinatie van erg rustige én behoorlijk bitse trainingen is dus essentieel.

Rustiger lopen, voor een snellere marathon. Als Rob het zegt, zal het wel waar zijn. Ik zal braaf luisteren!

Write A Comment